Vermogen thuisbatterij: hoeveel kW heb je echt nodig?
Het korte antwoord: het vermogen van een thuisbatterij, uitgedrukt in kW, zegt hoe snel er stroom in of uit kan. Niet hoeveel er in past, dat zijn de kWh. Voor een doorsnee Vlaams gezin is het nuttige ontlaadvermogen kleiner dan de fiches doen vermoeden: je capaciteitstarief hangt aan je hoogste kwartierpiek, en die ligt gemiddeld rond 4,24 kW, met een ondergrens van 2,5 kW waar je sowieso voor betaalt. Alles daarboven levert je op dat stuk van de factuur niets meer op.

Aanleiding voor dit artikel is een getal: 15 kW. Dat cijfer dook vandaag op bij een nieuw batterijmodel (Solar & Storage Magazine, 24 augustus 2026). Daar blijft de bron ook bij, want de rest van dit stuk gaat niet over dat toestel.
Kilowatts worden namelijk het volgende vergelijkingscijfer. Ze zijn makkelijk naast elkaar te leggen en ze klinken groot, dus ze belanden vanzelf bovenaan de fiches. Wat er zelden bij verteld wordt, is wat zo'n getal in een Vlaamse meterkast eigenlijk uitricht. Dat rekenen we hieronder uit, met de cijfers van de Vlaamse Nutsregulator erbij.
kW en kWh zijn niet hetzelfde, en dat verschil kost geld
Twee cijfers staan op elke batterijfiche, en ze worden constant door elkaar gehaald.
kWh is capaciteit. Hoeveel stroom er in de batterij past. Een regenton van 200 liter.
kW is vermogen. Hoe snel die stroom erin of eruit kan. De dikte van de kraan.
Een batterij van 10 kWh met 5 kW ontlaadvermogen levert in theorie twee uur lang 5 kW, of tien uur lang 1 kW. Verhoog je het vermogen naar 15 kW zonder de capaciteit te verhogen, dan heb je een dikkere kraan op dezelfde ton. Je kan sneller tappen. Je hebt niet meer water.
Welk van de twee voor jou telt, hangt af van waar je je geld wil terugverdienen. En in Vlaanderen zijn dat twee heel verschillende potjes.
Potje één: het gat tussen injectie en afname. Daar telt kWh.
Het grootste stuk van wat een thuisbatterij opbrengt, komt uit één simpel verschil.
Zonnestroom die je injecteert brengt bij de meeste vaste en variabele contracten 3 à 5 cent per kWh op (Selectra, injectietarief in Vlaanderen). Diezelfde kWh koop je 's avonds all-in terug aan 23 à 30 cent (Selectra, prijs elektriciteit in België). Je koopt dus 5 tot 8 keer duurder terug dan je verkoopt.
Een batterij van 10 kWh die het zelfverbruik van een gezin met 4 à 5 kWp panelen optrekt van ongeveer 30 tot 35 procent naar 70 tot 80 procent, met ongeveer 10 procent omzettingsverlies, levert daarmee realistisch 280 tot 550 euro per jaar op — capaciteitstarief-winst inbegrepen. Dat is onze eigen berekening op de tarieven van juli 2026, indicatief en voor een doorsnee profiel. Het zijn ranges, geen beloftes.
Merk op wat er in die redenering níét staat: kW. Voor dit potje telt hoeveel kWh je 's avonds nog uit je batterij haalt, niet hoe hard. Welke capaciteit bij jouw verbruik past, staat in ons artikel over hoeveel kWh je thuisbatterij nodig heeft.
Potje twee: het capaciteitstarief. Daar telt kW — maar minder dan je denkt.
Hier komt vermogen wél binnen, en dit is het stuk dat in productaankondigingen zelden correct wordt uitgelegd.
Van je elektriciteitsfactuur gaat in 2026 gemiddeld 463 euro per jaar naar nettarieven, btw inbegrepen (Vlaamse Nutsregulator, persbericht 25 november 2025). Ruwweg de helft daarvan hangt niet aan hoeveel je verbruikt, maar aan je hoogste kwartierpiek. Kookt, laadt en wast je gezin tegelijk op een moment zonder zonneproductie, dan betaal je daar het hele jaar door voor.
Het capaciteitstarief kost in 2026 gemiddeld ongeveer 53,39 euro per kW maandpiek per jaar, exclusief btw, en verschilt licht per netgebied. Twee cijfers bepalen wat een batterij daar kan doen: iedereen betaalt minimaal voor 2,5 kW, en de gemiddelde maandpiek van een Vlaams gezin ligt rond 4,24 kW (Vlaamse Nutsregulator, capaciteitstarief).
Reken dat even door, want het is de kern van dit artikel.
Zit je op een maandpiek van 4,24 kW en ligt de bodem op 2,5 kW, dan is er nog ongeveer 1,7 kW piek weg te nemen. Meer dan dat kán niet, hoe zwaar je toestel ook is. Een batterij die 15 kW kan leveren, snoept aan dat stuk van je factuur exact evenveel weg als een batterij die 5 kW kan leveren: het verschil tussen jouw piek en de ondergrens, en geen watt meer.
Wat dat waard is, blijft eerlijk gezegd bescheiden: vlak je piek 1 à 1,7 kW af, dan zit daar ongeveer 50 tot 110 euro per jaar in. Bij een zwaarder profiel dan het gemiddelde loopt die afvlakking richting 2 kW en zo'n 130 euro. Let op: die winst zit al ín de 280 tot 550 euro hierboven. Het is een deel van dat bedrag, geen tweede potje dat je erbij mag optellen.
En er hoort een voorwaarde bij die vaker vergeten wordt dan de kilowatts zelf: dit werkt alleen als je batterij effectief in peak-shaving-modus stuurt. Een batterij die enkel zelfverbruik optimaliseert, kijkt niet naar je kwartierpiek en verlaagt ze dus ook niet. Vraag daar expliciet naar. Hoe dat mechanisme precies werkt, staat in ons artikel over de thuisbatterij en het capaciteitstarief.

Wanneer vermogen wél het cijfer is waar het op aankomt
Er zijn twee situaties waarin je niet naar kWh moet kijken maar naar kW. Ze gelden niet voor iedereen, en dat is precies het punt.
Je piek ligt ver boven het gemiddelde. Een gezin met een elektrische wagen die thuis laadt, een warmtepomp en een inductiekookplaat haalt geen 4,24 kW maar veel meer. Dan wordt het verschil tussen jouw piek en de bodem van 2,5 kW plots groot, en dan doet ontlaadvermogen wél werk. Zo'n profiel begint bij je eigen cijfers, niet bij een gemiddelde. Hoe een warmtepomp en een batterij samenwerken, staat in ons artikel over de thuisbatterij en de warmtepomp.
Je wil noodstroom. In noodbedrijf bepaalt het vermogen wat er tegelijk kan draaien op de kringen die je back-upt. Capaciteit bepaalt hoe lang, vermogen bepaalt wat. Maar noodstroom is bij een thuisbatterij nooit vanzelfsprekend: het toestel moet het ondersteunen en er hoort extra schakelmateriaal bij. Wat daar allemaal bij komt kijken, staat in ons artikel over de thuisbatterij met noodstroom.
In allebei die gevallen geldt wel dezelfde randvoorwaarde, en die staat niet op de fiche maar in je gang.
Je meterkast zet de bovengrens, niet de fabrikant
Een omvormer met een fors vermogen heeft een aansluiting nodig die dat aankan. Bij monofase staat er 230 V op je teller en zitten er twee draden op je hoofdschakelaar. Bij driefase staat er 3 x 230 V of 3 x 400 V en zie je er drie of vier. Dat verschil zie je zelf in twee minuten, en het bepaalt welke toestellen überhaupt in aanmerking komen.
Kort gezegd: een monofase aansluiting kan minder vermogen aan dan een driefase aansluiting. Een fiche die met 15 kW uitpakt, gaat dus over een driefase situatie. Zit jij op monofase, dan is dat cijfer voor jou geen optie maar ruis. Verzwaren naar driefase kan, maar dat is een aparte beslissing met aansluitingskosten die per situatie verschillen. Welke maten op welke aansluiting passen, staat in ons artikel over monofase of driefase.
Daar komt nog een tweede grens bij, en die is Belgisch. Een toestel dat stroom op het net kan zetten, moet voldoen aan het technisch voorschrift C10/11 en daarvoor gehomologeerd zijn door Synergrid (Synergrid). Een vaste thuisbatterij moet je bovendien aanmelden bij Fluvius, met een geldige AREI-keuring en een eendraadschema erbij (Fluvius). Nieuwe toestellen die elders gelanceerd worden, zijn hier dus niet automatisch bruikbaar, hoe indrukwekkend de specs ook zijn. Hoe je dat checkt vóór je bestelt, staat in ons artikel over de Synergrid-lijst.
En het laadvermogen? Dat begrenzen je panelen
Over de andere richting wordt bijna nooit nagedacht, en daar zit dezelfde denkfout.
Laadvermogen is nuttig zolang er iets te laden valt. Een installatie van 4 kWp levert in de praktijk nooit meer dan ongeveer 4 kW, want dat is wat die p betekent: piekvermogen. Een batterij die 15 kW kan opnemen, krijgt van zo'n dak dus nooit meer dan ruwweg een kwart daarvan aangeboden. De rest van dat laadvermogen staat het hele jaar stil.
Waar het wél nut heeft: bij een groot dak dat op een heldere dag meer produceert dan je batterij kan wegslikken. Wat er dan overschiet, gaat naar het net aan die 3 à 5 cent. Of bij een dynamisch contract, waar je de batterij in enkele goedkope uren wil volladen in plaats van gespreid over de dag. Dat laatste is een reëel argument, maar het hoort bij een specifiek soort contract. Hoe zo'n contract werkt, staat in ons artikel over het dynamisch contract bij een thuisbatterij.
Hoe wij dat aan tafel doen
Wij plaatsten intussen bij meer dan 100 gezinnen in Vlaanderen, en op Google staan we op 5,0 met 28 reviews. In die gesprekken draaien we de volgorde om die de fiches suggereren.
Onze specialist vraagt aan tafel twee dingen op: wat er op je teller staat (230 V, of 3 x 230 V of 3 x 400 V) en je maandpieken van de voorbije maanden. Uit die twee rolt de rest. De aansluiting zegt welke omvormervermogens überhaupt kunnen; de maandpieken zeggen hoeveel kW er bij jou nog tussen je piek en die bodem van 2,5 kW zit. Pas daarna komt de vraag welk toestel daarop past — niet omgekeerd.
En dan is er nog het bezwaar dat elke productlancering losmaakt: ik wacht tot de technologie beter is. Twee dingen daarover, allebei nuchter. Eén: wachten is niet gratis. Zit je op 280 tot 550 euro per jaar, dan is elke maand wachten grofweg 23 tot 46 euro die je nu weggeeft aan het gat tussen 3 à 5 cent en 23 à 30 cent. Reken dat zelf eens door voor twaalf maanden. Twee: je zit niet vast aan de techniek van vandaag. De batterijen die wij plaatsen zijn modulair opgebouwd in blokken van 5,12 kWh, dus uitbreiden kan later — zolang je aansluiting het toelaat. Op monofase is dat een aparte afweging, en dat zeggen we je vooraf, niet achteraf.
Twee dingen zetten we daarbij altijd op papier.
Eén: de btw-regeling, exact. Zes procent geldt als je woning minstens tien jaar oud is én de plaatsing door een erkend installateur gebeurt. Voldoe je niet aan beide voorwaarden, dan is het 21 procent. Meer daarover staat in ons artikel over 6% btw op een thuisbatterij.
Twee: de berekening waar onze garantie op steunt.
"Verdient je batterij zichzelf niet binnen 5 jaar terug volgens de afgesproken berekening, dan plaatsen wij kosteloos een extra batterijmodule van 5 kWh. Voorwaarde: je hebt een dynamisch energiecontract — dat regelen we meteen mee."
Die garantie is meteen de reden waarom wij niet meeverkopen aan de kilowatt-wedloop. Ze steunt op een terugverdientijd, en een kilowatt die bij jou niets doet, verkort geen enkele terugverdientijd. Hoe zo'n berekening in elkaar zit, staat in ons artikel over de terugverdientijd van een thuisbatterij.
Wat je vandaag kan doen
Vier dingen, en samen kosten ze je twintig minuten.
- Ga naar je meterkast en noteer wat er op je teller staat: 230 V, of 3 x 230 V of 3 x 400 V.
- Zoek je maandpieken op van de voorbije maanden, in je energiefactuur of op je meterportaal. Dat is jouw echte startpunt, geen gemiddelde.
- Vraag bij elke offerte de twee vermogenscijfers apart op: hoeveel kW continu, hoeveel kW piek, en hoe lang die piek aanhoudt.
- Vraag of het systeem in peak-shaving-modus kan sturen, en laat dat antwoord in de offerte zetten.
Hoe je zo'n document verder naast elkaar legt, staat in ons artikel over het vergelijken van offertes.
Wil je de rekensom voor jouw huis zien vóór er iemand aan tafel zit, vraag dan je gratis advies aan huis aan. Twee minuten invullen, en onze specialist belt je binnen 24 uur met de berekening voor jouw verbruik en jouw aansluiting. Wil je eerst zien hoe zo'n systeem er in de praktijk uitziet, kijk dan op batterij.verduurzamers.be.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen kW en kWh bij een thuisbatterij? kWh is capaciteit: hoeveel stroom er in de batterij past. kW is vermogen: hoe snel die stroom erin of eruit kan. Vergelijk het met een regenton. De kWh zeggen hoeveel liter erin gaat, de kW hoe dik de kraan is. Een batterij van 10 kWh met 5 kW ontlaadvermogen kan dus in theorie twee uur lang 5 kW leveren, of tien uur lang 1 kW. Voor je factuur telt de capaciteit mee voor hoeveel zonnestroom je 's avonds nog kan gebruiken, en het vermogen voor hoe hard de batterij je verbruikspiek kan wegnemen.
Heeft een hoger ontlaadvermogen zin voor het capaciteitstarief? Tot op zekere hoogte, en die hoogte ligt lager dan je denkt. Je capaciteitstarief hangt aan je hoogste kwartierpiek, en iedereen betaalt sowieso minimaal voor 2,5 kW. De gemiddelde maandpiek van een Vlaams gezin ligt rond 4,24 kW volgens de Vlaamse Nutsregulator. Het verschil tussen die twee, ongeveer 1,7 kW, is dus alles wat er bij een doorsnee profiel nog te winnen valt. Een batterij die 15 kW kan leveren, doet aan dat stuk van je factuur niets meer dan een batterij die 5 kW kan leveren. Wat wel telt: dat de batterij effectief in peak-shaving-modus stuurt, want zonder die sturing gebeurt er niks.
Waarom bepaalt mijn aansluiting het maximale vermogen? Omdat de omvormer op je aansluiting moet passen. Heb je monofase, dan staat er 230 V op je teller en zitten er twee draden op je hoofdschakelaar. Bij driefase staat er 3 x 230 V of 3 x 400 V en zie je drie of vier draden. Een monofase aansluiting kan minder vermogen aan dan een driefase aansluiting, en een omvormer met een groot vermogen past daar dus niet op. Kijk dus eerst in je meterkast en pas daarna naar de fiches. Verzwaren naar driefase kan, maar dat is een aparte beslissing met aansluitingskosten van Fluvius.
Heb ik veel ontlaadvermogen nodig voor noodstroom? Voor noodstroom is vermogen inderdaad het cijfer dat telt, want het bepaalt wat er tegelijk kan draaien op de kring die je back-upt. Maar noodstroom is bij een thuisbatterij nooit vanzelfsprekend: het toestel moet het ondersteunen en er hoort extra schakelmateriaal bij. Vraag dus niet alleen hoeveel kW er in noodbedrijf beschikbaar is, maar ook welke kringen erop komen en of het systeem dat sowieso kan. Krijg je daar geen duidelijk antwoord op, dan zit noodstroom er waarschijnlijk niet in.
Mijn installateur noemt twee vermogens. Welke is het juiste? Allebei, en dat is precies waarom je ze allebei opvraagt. Fabrikanten vermelden vaak een continu vermogen dat de batterij onbeperkt volhoudt, en een piekvermogen dat maar enkele seconden of minuten beschikbaar is voor het aanlopen van bijvoorbeeld een motor. Alleen het continue vermogen zegt iets over je dagelijkse werking. Vraag dus altijd: hoeveel kW continu, hoeveel kW piek, en hoe lang houdt dat piekvermogen aan? Staat dat niet op papier, dan is de vergelijking met een andere offerte geen vergelijking.
Moet een batterij met veel vermogen apart aangemeld worden? Een vaste thuisbatterij moet in Vlaanderen sowieso aangemeld worden bij Fluvius, ongeacht het vermogen, en daarbij hoort een geldige AREI-keuring en een eendraadschema. Los daarvan moet het toestel gehomologeerd zijn door Synergrid volgens het technisch voorschrift C10/11, anders hoort het hier niet op het net. Dat geldt evengoed voor een toestel dat in Nederland of Duitsland vlot verkocht wordt. Vraag het merk en de exacte productreferentie op en check dat vóór je bestelt, niet erna.
